Een
nieuw beleid voor de Brusselse rivieren en hun valleien (9/12/2004)
Sinds 1996 heeft het
beleid ambitieuze en originele plannen voorgesteld voor het beheer van
de waterlopen en hun valleien. Maar de uitvoering op het terrein blijkt
verre van zelfsprekend. De natuur- en milieuverenigingen vragen de gewestelijke
regering om nog vóór 2010 een vernieuwd en verregaand beleid uit te stippelen
voor de Brusselse valleien.
Het gevoerde beleid …
Met het blauwe netwerk
wil het beleid opnieuw leven brengen in de Brusselse waterlopen, vijvers
en resterende waterrijke gebieden. Daarvoor zijn 5 soorten maatregelen
bepaald:
1) het verzekeren van de scheiding tussen afvalwater en zuiver water
2) het ecologisch herstellen van de betreffende gebieden én het herstellen
in de mate van het mogelijke van de continuďteit van de rivieren
3) het valoriseren van de betreffende gebieden op landschappelijk, recreatief
en urbanistisch vlak
4) het beheren van de betreffende gebieden om hun ecologische rijkdom
te vrijwaren
5) het controleren en garanderen van de waterkwaliteit door vervuilende
lozingen te weren.
Met het groene netwerk
wil het beleid de groene ruimtes met elkaar verbinden en hun multifunctionaliteit
verder ontwikkelen, meer bepaald door meer rekening te houden met hun
ecologische functies.
De toepassing van de Vogel- en Habitatrichtlijn werd in
2003 geconcretiseerd door de aanduiding van beschermde gebieden, het zogenaamde
'Natura 2000-netwerk'. Bijna 12% van de
oppervlakte van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is sindsdien beschermd
gebied. Een groot deel van die gebieden situeert zich weliswaar in het
Zoniënwoud, maar de meeste andere zijn waterrijke en vochtige gebieden
in de valleien van de Woluwe, de Pede, de Molenbeek, waterlopen in Ukkel,
…
Die beleidslijnen zijn door verschillende diensten van
het Brussels Instituut voor Milieubeheer (BIM) toegepast in de gewestelijke
groene ruimtes.
en de beperkingen …
Maar ook andere beheerders willen hun zegje over de waterlopen
en soms met doelstellingen - zoals over de afvoer van regenwater of afvalwater
naar waterzuiveringsinstallaties - die in tegenspraak zijn met de ecologische
functies. Zo bijvoorbeeld ontvangt de Zwartebeek na haar transformatie
tot collector in 1999 al het water van de Geleytsbeek en haar Ukkelse
bijrivieren.
Het ecologisch beheer blijft beperkt tot enkele gewestelijke
groene ruimtes en natuurgebieden. Vaak wordt dat beheer door het publiek
bovendien slecht begrepen (of wordt het hen verkeerd uitgelegd ?) en denkt
men eerder dat het gaat om een 'tekort aan onderhoud' en/of een beperking
op het gebruik (o.a. toegankelijkheid voor het publiek, visvangst, …).
Het beheer van het grootste deel van de gewestelijke, gemeentelijke of
privé-groene ruimtes houdt meer rekening met landschappelijke en recreatieve
dan met ecologische eisen.
Het gebrek aan overleg met de andere gewesten zorgt vaak
voor problemen: bouw van afvalwatercollectoren op de grens van waterrijke
gebieden, lozing van afvalwater (bv. in de Pede en de Vogelzangbeek in
Anderlecht) en overstortwater stroomopwaarts van waterlopen of waterrijke
gebieden (o.a. van sommige overstorten van afstromend water van de grote
kruispunten op de Ring rond Brussel), gebrek aan globale integratie van
het ecologische netwerk (op het niveau van de ecoregio's), …
De belangrijkste werken zijn uitgevoerd door privé-ondernemingen
die weinig onderlegd zijn in de toepassing van ecologische methodes en
technieken. Zelfs al zijn sommige werken op ecologisch gebied geslaagd
(zoals bv. aan het Rode Klooster), vele andere zijn dat minder (bv. het
opnieuw openleggen van de Woluwe).
Zelfs al werden de hoofdlijnen uit het groene en blauwe
netwerk hernomen in het Gewestelijk Ontwikkelingsplan, dan nog schaadt
het gebrek aan een echte financiële en concrete planning de coherentie
van de gerealiseerde acties, die geval per geval werden uitgevoerd en
naargelang het moment het meest geschikt leken.
De doelstelling van het programma 'Natura 2000' is zeker
ambitieus, maar met welke middelen kan men ze bereiken?
De verwachtingen van de natuur-
en milieuverenigingen
De natuur- en milieuverenigingen stellen 5 denkpistes
voor :
1. De opmaak van een algemene stand van zaken en een regelmatige
evaluatie van het gevoerde beleid (met 'meetbare' indicatoren) ;
2. De uitwerking van een nieuw richtplan voor het groene en blauwe netwerk
en van een algemeen beheerplan voor de zones die opgenomen werden in'Natura
2000', met inbegrip van een concrete planning wat betreft uitvoering en
financiering. Voldoende financiële middelen en personeel moeten worden
voorzien voor een daadwerkelijke uitvoering van dit beleid ;
3. De organisatie van een 'regelmatig' overleg tussen de verschillende
betrokken partijen (indien nodig ook met de andere gewesten). Dit overleg
zou georganiseerd kunnen worden per vallei, de meest logische geografische
structuur ;
4. De ontwikkeling van nieuwe, veelzijdige en flexibele beschermingsmiddelen,
aangepast aan elke situatie, zoals bv. een riviercontract voor de Woluwe,
een Natuurpark in de Pedevallei, … ;
5. De promotie van een echte publieke participatie zowel op het niveau
van de plannen en projecten als op het niveau van de concrete uitwerking
door de oprichting van begeleidingscommissies.
Met die maatregelen zou het Gewest ook beter beantwoorden
aan de eisen en termijnen die de Europese wetgeving met betrekking tot
water en natuur oplegt.
Olivier Goubault - Coördinatie Zenne 
Harry Mardulyn -Bruxelles-Nature
|